doc Pastorale Eenheid Heilige Maria & Heilige Johannes
Kerkelijk leven op anderhalve meter

Begraafplaats Hintham

23 november 2012
Begraafplaats Hintham
Begraafplaats Hintham

Informatie uit het jubileumboek 100 jaar Annakerk in Hintham geschreven door Henk de Werd.

Werd door de pastoor op 10 mei 1910 reeds het kerkhof ingezegend, pas op 17 mei 1910 werd door het gemeentebestuur van Rosmalen een vergunning afgegeven voor het aanleggen van een begraafplaats. Die begraafplaats kwam achter de kerk en de tuin van de pastoor. Het terrein aldaar was laag gelegen en diende te worden opgehoogd om te voorkomen, dat de overledenen in het water kwamen te liggen of in het water begraven zouden moeten worden.

Pastoor Van Thiel hoopte, dat wanneer het voltooide Drongelse kanaal in werking zou treden, dat dan niet alleen de begraafplaats, maar ook zijn eigen tuin watervrij zou worden. Letterlijk schreef hij: 

Wegens de lage gesteldheid van den bodem moest het terrein, dat tot kerkhof zou worden ingericht tot eene aanmerkelijke hoogte worden opgehoogd, zoodat alle gevaar, dat de lijken in het water zouden moeten begraven worden, is buiten gesloten. Wanneer het pas voltooide kanaal ’s Bosch – Drongelen in volle werking treedt, zal zelfs de tuin watervrij mogen geacht worden.

Dat het water hem hier parten bleef spelen, blijkt wel uit de twee volgende notities:

Einde Maart 1914 stond de tuin achter de pastorie voor ¾ onder water.

Wegens hoog water was 24 Januari 1920 het kerkhof niet te bereiken en moest het lijk van Antonetta Martinus van de Liefvoort tijdelijk worden ter aarde besteld achter de kerk. Van de gemeente werd daarvoor verlof aangevraagd en verkregen.

Hoog water einde December 1925. Het patronaatsgebouw niet meer toegankelijk. Door het zware ijs braken 40 à 50 stuks piramiden in den tuin en werd aan vele lage boompjes ernstige schade toegebracht. De weg naar het kerkhof stond op het laagste gedeelte een halven meter onder water. In den kelder van de pastorie waren voor het eerst eenige natte plekken zichtbaar. De watersnoodcollecte bracht f 283,40 op.

Het kerkhof werd bij de aanleg verdeeld in een gedeelte voor de volwassenen en in een kinderkerkhof. Het gedeelte voor de volwassenen werd, geheel in de geest van die tijd gescheiden in drie klassen.

De eerste klas kwam vooraan. De tweede klas kwam rechts van de ingang en de derde klas links daarvan. Later is hier verandering in aangebracht.

Het recht van begraven was aanvankelijk gratis. Voor het plaatsen van een kruis of een monument moest een vergoeding betaald worden van een gulden per jaar. Dit laatste besluit werd in 1916 weer ingetrokken, zodat niet alleen het recht van begraven, doch ook het recht om een grafmonument of kruis te plaatsen gratis was. In 1922 werd voor het reserveren van een graf een jaarlijks bedrag van f 2,50 gevraagd.

In 1932, onder pastoor Hoekx, werd het betalen voor het plaatsen van een grafmonument opnieuw ingevoerd.Voor een grafmonument werd dat 25 gulden voor een periode van 25 jaar. Voor een houten kruis 1 gulden en voor een stenen of ijzeren kruis f 2,50. Dat recht is sindsdien gebleven. De prijzen zijn in de loop der jaren verhoogd en aangepast.

In 1919 vestigden zich de Zusters van de Choorstraat, Dochters van Maria en Jozef, in Hintham.

Bij hare vestiging in de Parochie verlangden de Eerw. Zusters een gedeelte van het kerkhof ten haren gebruike af te staan. Aangezien de ruimte niet toeliet een deel af te scheiden, is aan de westzijde eene uitbreiding aangebracht over de geheele diepte van de begraafplaats en ter breedte van + 5 M en is dit deel bestemd voor het zusterkerkhof. De ophooging werd door de Congregatie bekostigd.

In oktober 1932 werd door de goede zorgen van Leonardus van Druenen, zoon van de eerste kerkmeester Lambertus van Druenen, directeur van bouwbedrijf Van Druenen, het pad naar het kerkhof, gelegen ten oosten van de kerk, opgehoogd en verhard.

In 1932 overleed te Tilburg oud-notaris P.W. Maas, oom van pastoor Hoekx. Testamentair had hij vastgelegd, dat hij de kerk van Hintham een legaat schonk van 10.000 gulden. Verplicht daarbij was, dat 25 jaar lang, maandelijks twee Heilige Missen met een stipendium van 10 gulden per H. Mis moesten worden opgedragen voor de overleden familie Maas – Leën. Het geld werd o.a. besteed aan een schuldaflossing. Tegelijk kreeg de pastoor nog een legaat van duizend gulden van zijn oom.

Hiervoor aangekocht een crucifix om op de Calvarieberg te plaatsen, hetwelk ik op Zondag 5 Maart 1933 heb ingezegend. Het kruis is vervaardigd door de beeldhouwers Van Bokhoven en Jonkers en bisschoppelijk goedgekeurd.

In 1933 werd, voor het begraven van de zusters, het kerkhof opnieuw uitgebreid. Pastoor Hoekx noteerde:

11 Juli 1933: In tegenwoordigheid van de algemeene Overste der Dochters van Maria en Jozef uit de Choorstraat met vele E. Zusters, heeft de pastoor met assistentie van rector C.A.M. van Thiel het vergroote kerkhof der E. Zusters ingezeegend, overeenkomstig machtiging van Z.H.Exc. van 2 Juni 1932.

In 1935 was het tweede klas gedeelte van het kerkhof te klein geworden. Besloten werd aan de noordzijde een uitbreiding te maken van 15 meter over de gehele breedte van het kerkhof, die 28 meter was. In totaal zou de begraafplaats dus met 420 m² vergroot worden.
Op 5 april 1936 werd het nieuwe gedeelte plechtig ingezegend.

In 1940 werd door het gemeentebestuur van Rosmalen goedkeuring verleend voor een uitbreiding van het kerkhof zowel in zuidelijke als in westelijke richting. Voor die uitbreiding in zuidelijke richting werd de gracht gedempt en het daarachter gelegen dijkje van de kleine binnenpolder van Hintham afgegraven en bij de begraafplaats getrokken. De vrij gekomen grond van de dijk diende voor de ophoging. Een en ander was mogelijk geworden door de verbeterde afwatering van de Aa. In westelijke richting werd het kerkhof vergroot met een gedeelte van de tuin en plantsoen der pastorie.

De benodigde gelden voor deze uitbreiding, die overigens pas in 1942 werd gerealiseerd, werden geschonken door pastoor Hoekx zelf. Hij deed dat in de vorm van een fundatie voor gelezen en gezongen H. Missen gedurende 30 jaar na zijn overlijden.

De inzegening van het nieuwe gedeelte werd verricht door pastoor Hoekx op 18 april 1943. Op Palmzondag 1943 werden op het kerkhof tegelijk met de inzegening van het nieuwe gedeelte twee beelden ingezegend, voorstellende de apostel Johannes en Maria, de moeder van smarten. Beide beelden kwamen bij het kruisbeeld te staan, dat in 1933 reeds op de Calvarieberg was geplaatst.

Beide beelden werden geleverd door de firma Swinkels uit Sint-Oedenrode voor de prijs van f 250,- Hiervoor was een open schaal collecte gehouden in de kerk, die 120 gulden opleverde. Daarenboven was er nog een schenking van 25 gulden van Jos Pennings (Sjef de smid) bij gelegenheid van zijn zilveren huwelijksfeest, een schenking van 25 gulden van de familie Remmers, een gift van 10 gulden van  schoolmeester Broeren en van de familie v.d. Pluijm, enz.

In 1950 vond voor de vierde keer een uitbreiding van het kerkhof plaats. Van Adrianus van Roosmalen was een aanbod binnengekomen om voor een bedrag van f 190,- het vrijkomend zand uit zijn perceel naast het kerkhof aan ons te leveren ter ophoging van een strook grond te NW van het bestaande kerkhof. Besloten werd hiervan gebruik te maken om in het Noorden een betere rechthoekige vorm te krijgen. De nieuw bij te winnen oppervlakte is groot 108 m², die afgenomen wordt van de bijhof 7 x 15,4 meter.

Tegelijk wordt besloten meer spoed te maken met de uitbreiding van het kerkhof in zuidelijke richting. De zuidelijke uitbreiding van het kerkhof met ophoging door Adr. Van Roosmalen is geschied voor de som van f 1800,-. Het nieuw verworven gedeelte wordt aan het kerkbestuur overgedragen voor f 140,- en is afkomstig van perceel 1525, genoemd Spijkerskampke, waarvan eigenaar is bovengenoemde Adrianus van Roosmalen.

 In 1952 werd het klooster van de Zusters van de Choorstraat te Hintham gesloten. De kloosterlingen werden ondergebracht in een nieuw klooster te Nuland. Tegelijk viel het besluit, dat de graven van de zusters op het kerkhof in Hintham eveneens naar Nuland zouden worden overgebracht. Met toestemming vond een en ander plaats in 1956.

Rond die tijd is er nog even een plan geweest om te komen tot een meer sobere en waardige begraafplaats. Tot een realisering van dat wellicht te ambitieuze plan is het niet gekomen. Wel verdwenen de Calvarieberg en de daarbij horende beelden.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd een Beheerscommissie Begraafplaats in het leven geroepen om orde te scheppen in de warboel die was ontstaan. In die commissie namen de dames Finy en Riet van der Steen, de heer Henk Stevens en de heer Brouwers zitting. Inmiddels is de gehele administratie gemoderniseerd met behulp van de computer en kreeg het kerkhof een stevige opknapbeurt, waarbij het graf van pastoor Van Thiel een centrale plaats kreeg.

Door toedoen van de heer Carl Horn kreeg een aantal graven de status van bescherming en handhaving, dit in verband met de bijzondere verdiensten van deze overledenen voor de kerk, de parochie en/of de gemeenschap van Hintham. Het betreft hier de graven van de oorlogsslachtoffers, van Johan Enthoven en van schoolmeester Marinus Broeren.

Voor de overleden pastores P. Hoekx en J. de Nijs, die niet begraven werden te Hintham, werd een herinneringsmonumentje opgericht. Dat heeft men eveneens gedaan voor kerkmeester Thijs van Gestel en de zouaaf Petrus Matheus Verbeek. Hij was de laatste Nederlandse zouaaf. Hij werd te Hintham begraven in 1946.